Netwerk GRONDig
Belangenorganisatie van en voor de grondgebonden melkveehouderij

Netwerk GRONDig  de belangenorganisatie voor de grondgebonden melkveehouderij. 

Word ook donateur van Netwerk GRONDig!
Grondgebonden melkveehouderijen zijn de kringloopbedrijven bij uitstek. 
Dat is meer dan alleen plaatsingsruimte van mest. Het is circulaire bedrijfsvoering van bodem, dier en gewas in samenspraak met de leefomgeving. 

Belangrijk hierbij: koeien in de wei,  weidevogelbeheer, bodemvruchtbaarheid, een aantrekkelijk landschap, maatschappelijk gewenst.
Daar hoort een Eerlijke Melkprijs bij voor grondgebonden melk... EN: regelgeving 
die rechtvaardig is voor kringloopbedrijven.
Daar zet Netwerk GRONDig zich voor in, ook in 2018!  

Nieuws en actualiteiten


Terug naar overzicht

26-07-2017

Melkveehouderij heeft tweestromenbeleid nodig

Verschillende melkveehouders kennen verschillende bedrijfssituaties. In deze zomerserie vertellen een aantal van hen hoe zij kijken naar de uitwerking van de huidige wet- en regelgeving, en hoe ze daar de komende jaren binnen hun bedrijfsvoering mee denken om te gaan. Ditmaal is het woord aan grondgebonden melkveehouder Gerard Stam (50) uit Ouderkerk aan de Amstel.

Hoe heeft uw bedrijf zich de afgelopen jaren ontwikkeld?
"Ik heb nu 35,5 hectare in gebruik en melk circa 50 koeien. Daarbij houd ik 20 stuks jongvee. Dit is iets meer dan een paar jaar geleden. We hebben toen een nieuwe stal gerealiseerd voor 70 melkkoeien, met de bedoeling die geleidelijk vol te zetten door groei uit eigen aanwas. De kosten voor het melkquotum daalden echter niet (zoals wel werd verwacht) en deze groei werd daarop uitgesteld tot na de afschaffing van het quotum. Tot die tijd werkte ik parttime buitenshuis en hielp mijn vader nog mee. Dat is nu niet meer zo en sinds 2 jaar ben ik volledig werkzaam op de boerderij."

Dat langzame groeien breekt ons nu op
"Mede op basis van de LTO-visie uit 2013, waarin grondgebondenheid werd gepropageerd, hebben we na afschaffing van de quotering extra in grond geïnvesteerd en de veestapel langzaam laten groeien uit eigen aanwas. Kort voor de beruchte peildatum is nog eens 4,5 hectare grond aangekocht, zodat het bedrijf mooi in balans was met stalruimte en grond. We dachten zo de eerste jaren vooruit te kunnen. Dat langzame groeien breekt ons nu op. Door het fosfaatrechtenstelsel heb ik slechts rechten voor 48,5 GVE toebedeeld gekregen, op basis van het aantal aanwezige dieren op 2 juli 2015."

Welke problemen levert dat op?
"Momenteel kamp ik met een fors ruwvoeroverschot. Dat wordt alleen maar groter als we geen extra rechten mogen houden. Die fosfaatrechten zal ik straks moeten kopen of leasen, of ik word toch nog als knelgeval aangewezen. Binnen de nieuwe waardeloze knelgevallenregeling wordt dat niets, maar ik draai mee binnen de procedure die in augustus voor de rechter komt. Hopelijk stelt de rechtbank mij en vele collega’s in het gelijk. Ik wens de rechter in ieder geval meer wijsheid toe, dan de knelgevallencommissie die van mening is dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen een compensatie van hooguit 50% wordt toegekend."

"Met als motivatie dat deze uitkomst te voorzien was en dus eigenlijk je eigen schuld is. Om het daarmee als ondernemersrisico te betitelen en je dit maar met eigen financiële buffers moet kunnen opvangen. Het kromme eraan is dat dit niet opgaat voor de groep met een mestoverschot. Die groep zou in mijn ogen meer van de pijn moeten dragen, omdat zij ook de veroorzaker zijn. Dat resulteert dan natuurlijk in een hogere generieke korting van 1 à 2%. Dit is echter onbespreekbaar en 'ondernemersrisico' geldt dan opeens niet. Terwijl een korting van 10% heel wat makkelijker op te vangen is, dan wanneer het om bijvoorbeeld 40% onderbezetting gaat, zoals nu straks het geval is bij mij. Ik ken nog wel extremere gevallen, maar dit hakt er toch wel in. Je zit zo gewoonweg op slot. Fosfaatrechten zijn of worden duur en zijn dus voor iemand met een bedrijf als de mijne niet zo eenvoudig en vlot te financieren. De kosten van de aankoop van grond en de stal zijn er immers ook nog."

Grondgebonden landbouw is al duurzaam
U vindt dat de wet- en regelgeving rondom fosfaatrechten moet worden herzien?
"Daar pleit ik inderdaad voor. En ik niet alleen, maar vele collega’s met mij. Vooral vanuit netwerk ‘Grondig’, waar ik ook bij aangesloten ben. Vanuit deze samenwerking stellen wij voor om een tweesporenbeleid te hanteren. Intensievere melkveehouders behouden hun ruimte, maar accepteren strengere regels. Zij kunnen door hun inzet op schaalgrootte ook makkelijker een hoge cashflow creëren dan de grondgebonden boeren. Onze categorie wordt daarop vrijgesteld van vele kortingen en regelgeving. De huidige regelgeving is er namelijk vooral op gericht om te reguleren en duurzamer te produceren. Maar grondgebonden landbouw is al de meest duurzame manier van produceren, dus voegt hier niets extra aan toe. Zo’n tweesporenbeleid kan veel van de pijn wegnemen. Als boer ben je dan zelf vrij om te kiezen welk spoor je volgt."

Hoe verwacht en hoopt u dat uw bedrijf er over 5 jaar voorstaat?
"Ik hoop dat de stal over 5 jaar volledig benut wordt. En dat de wetgeving omgevormd is naar een grondgebonden norm. Dat is logischer en handiger. Begrijp mij niet verkeerd, ik verwijt mij intensieve collega’s niet direct wat. Woonde en boerde ik in Brabant, dan had ik mijn bedrijf waarschijnlijk ook anders ontwikkeld dan ik nu heb gedaan. En dat intensief boeren moeilijk is om in snel tempo om kunnen draaien naar grondgebonden, snap ik ook wel."

"Nu worden echter alle boeren op één hoop geveegd en het overheidsbeleid ook, terwijl dat compleet haaks staat op de diversiteit binnen de sector. Ik verwijt dat LTO, die opeens van koers veranderde. Het gevolg is dat melkveehouders nu lijnrecht tegenover elkaar staan. Zonde en onnodig."

Hoe speelt u met u eigen bedrijf op de toekomst in?
"Samen met een aantal collega’s hier in de buurt zijn we bezig met een project om zelf zuivelproducten te vermarkten. Dit vanuit een natuurinclusieve manier van werken, met extra inzet op behoud van weidevogels. We zitten dichtbij veel stedelijk gebied en hopen daarmee voldoende koopkrachtige kopers aan ons te binden."

30% van de melkplas verwerken voor de lokale markt
"Een belangrijk voordeel is dat we hierin samenwerken met FrieslandCampina, onze huidige verwerker. Normaal kun je als coöperatie-lid niet een deel van je melkplas anders verwerken, maar zij willen ons binnen een pilot toestaan om tot 30% van de melkplas zelf te verwerken tot producten voor de lokale markt. Wat dit concreet oplevert, is koffiedik kijken. Zo’n project is ook iets van de lange adem en ik verwacht dat het wel circa 5 jaar duurt voordat we het echt lopende hebben. Maar het is boeiend om aan te werken en ik acht het ook kansrijk."

© DCA MultiMedia (Bronvermelding)



Terug naar overzicht



Netwerk Grondig dient DEROGATIE opvatting in op ministerie.
De onderhandelingen over nieuwe derogatie (na 2018) zijn op het ministerie met de sectorpartijen van start gegaan.
Kortweg: GRONDig pleit voor:

Een nieuw fundament onder derogatie:  ‘Van BEDRIJFS- naar GRAS-derogatie’ 
Derogatie toestaan op al het grasland en verruiming voor dierlijk mestgebruik voor dit gewas van 250 naar 300 N. Positieve neveneffecten: minder kunstmest op grasland; geen gevaar voor uitspoeling door hogere mestbehoefte van gras; stimuleert en behoud areaal grasland. Ook derogatie op gras van gemengde bedrijven.