Netwerk GRONDig
Belangenorganisatie van en voor de grondgebonden melkveehouderij

Netwerk GRONDig  de belangenorganisatie voor de grondgebonden melkveehouderij. 

Word ook donateur van Netwerk GRONDig!
Grondgebonden melkveehouderijen zijn de kringloopbedrijven bij uitstek. 
Dat is meer dan alleen plaatsingsruimte van mest. Het is circulaire bedrijfsvoering van bodem, dier en gewas in samenspraak met de leefomgeving. 

Belangrijk hierbij: koeien in de wei,  weidevogelbeheer, bodemvruchtbaarheid, een aantrekkelijk landschap, maatschappelijk gewenst.
Daar hoort een Eerlijke Melkprijs bij voor grondgebonden melk... EN: regelgeving 
die rechtvaardig is voor kringloopbedrijven.
Daar zet Netwerk GRONDig zich voor in, ook in 2018!  

Nieuws en actualiteiten


Terug naar overzicht

12-09-2017

Inzet: geen verplichting Kringloopwijzer door tekortkomingen rekenmodel en fraude

Een week of zes geleden bood Foppe Nijboer, voorzitter Netwerk Grondig, circa 600 handtekeningen van collega melkveehouders aan Henk Gommer. Vervolgens heeft Henk de stapel overgedragen aan Friesland Campina.
De kern van het verhaal is natuurlijk nog steeds actueel: wij zijn het niet eens met de gang van zaken. De Kringloopwijzer hoort geen verplichting te zijn, zeker niet voor grondgebonden en biologische melkveebedrijven. Laat staan dat wij kunnen leven met zo’n zware sanctie als het weigeren van een zuivelorganisatie om melk op te halen en uit te betalen wanneer een melkveehouder, zoals Gommer, de Kringloopwijzer niet invult of instuurt.
Netwerk GRONDig laat het er dan ook niet bij zitten. Wij hebben tijdens de handtekeningenactie op een gesprek bij de NZO aangedrongen.

Gisteren, maandag 11 september hebben wij met 2 NZO bestuursleden, waaronder de nieuwe directeur, een gesprek gehad. Formeel hebben wij daar dit verzoek op tafel gelegd: de Kringloopwijzer NIET langer verplicht stellen voor grondgebonden en biologische melkveehouders. De KLW is een managementtool en moet geen beleidsinstrument van overheid en zuivel zijn.

Het gaan om een aantal punten waarom wij tegen de verplichting van de KLW zijn:
- de KLW is maar voor een beperkt soort bedrijven werkbaar. Het CLM en het Louis Bolk Instituut hebben hier kritisch rapporten over geschreven.
- de rekenregels van de KLW zijn gestoeld op intensieve bedrijven, waardoor natuurlijke processen in plant en bodem onvoldoende in de KLW zijn opgenomen. De vraag is zelfs of dat ooit gaat lukken om dergelijke processen in een formule te vatten. Gevolg is wel dat grondgebonden bedrijven veel minder uit de voeten kunnen met de aannames in de KLW rekenmethode.
- Wat ook ontbreekt in de KLW is het meenemen van externe verliezen. Wanneer hier geen rekening mee gehouden wordt, schept dit het beeld dat intensieve bedrijven beter presteren dan extensieve bedrijven op het gebied van milieu- en klimaatprestaties.
- Met de huidige KLW moet zowel de NZO als de overheid voorzichtig zijn met het geven van ruimte aan boeren om te voorkomen dat verkeerde ontwikkelingen zoals intensivering wordt gestimuleerd. Er is 1 koek te verdelen in ons land, het zou niet acceptabel zijn dat door een rekenmodel de intensieve melkveehouders een voordeel halen op papier en dan meer koeien (mest) mogen plaatsen. Dit gaat ten koste van de extensieve melkveehouder.

Wij hebben een uitvoerig gesprek gehad waarbij allerlei zaken zijn besproken. Niet in de laatste plaats het onlangs verschenen NVWA advies: de Kringloopwijzer is fraudegevoelig en moeilijk controleerbaar. Op 4 oktober vergadert het NZO bestuur.
Daarna horen wij hoe de NZO ons verzoek vorm gaat geven.
Uiteraard houden wij u op de hoogte.



Terug naar overzicht



Netwerk Grondig dient DEROGATIE opvatting in op ministerie.
De onderhandelingen over nieuwe derogatie (na 2018) zijn op het ministerie met de sectorpartijen van start gegaan.
Kortweg: GRONDig pleit voor:

Een nieuw fundament onder derogatie:  ‘Van BEDRIJFS- naar GRAS-derogatie’ 
Derogatie toestaan op al het grasland en verruiming voor dierlijk mestgebruik voor dit gewas van 250 naar 300 N. Positieve neveneffecten: minder kunstmest op grasland; geen gevaar voor uitspoeling door hogere mestbehoefte van gras; stimuleert en behoud areaal grasland. Ook derogatie op gras van gemengde bedrijven.