Netwerk GRONDig
Belangenorganisatie voor de grondgebonden en de biologische melkveehouderij

Netwerk GRONDig  de belangenorganisatie voor de grondgebonden en biologische melkveehouderij. 

Word ook donateur van Netwerk GRONDig!
Grondgebonden melkveehouderijen zijn de kringloopbedrijven bij uitstek. 
Dat is meer dan alleen plaatsingsruimte van mest. Het is circulaire bedrijfsvoering van bodem, dier en gewas in samenspraak met de leefomgeving. 

Belangrijk hierbij: koeien in de wei,  weidevogelbeheer, bodemvruchtbaarheid, een aantrekkelijk landschap, maatschappelijk gewenst.
Daar hoort een Eerlijke Melkprijs bij voor grondgebonden melk... EN: regelgeving 
die rechtvaardig is voor kringloopbedrijven.
Daar zet Netwerk GRONDig zich voor in, ook in 2018!  


Nieuws en actualiteiten


Terug naar overzicht

13-07-2018

Fosfaatbank: prangende vragen…én antwoorden!

Nog steeds is het wachten op de (concept) Regeling en het overleg daarvan op het ministerie over de Fosfaatbank. Het is erg frustrerend dat dit zo lang duurt.
De afgelopen weken zijn er door verschillende fracties van de Tweede Kamer vragen gesteld over de impact van het Fosfaatstelsel, waaronder de afroming van rechten voor de bank. De minister heeft de Kamervragen inmiddels via een brief beantwoordt.

Hierbij een selectie van relevante Kamervragen én de antwoorden van de minister op een rij:
Vraag 1
Is de veronderstelling juist dat in 2018 nog geen fosfaatruimte uit de fosfaatbank toegekend zal worden, omdat de betreffende regeling nog niet afgerond is en om hoeveel fosfaatruimte zal het naar verwachting gaan?
Antwoord
De regeling voor de opzet van de fosfaatbank wordt op dit moment voorbereid. Zoals ik bij brief van 29 maart 2018 (Kamerstuk 33 037, nr. 281) aan uw Kamer heb gemeld, streef ik naar openstelling van de regeling per 1 september 2018. De openstellingsperiode zal waarschijnlijk 4 weken beslaan. In vervolg hierop dient een zorgvuldige beoordeling plaats te vinden. Ondernemers moeten bovendien eerder dan in de laatste maand van het kalenderjaar duidelijkheid hebben over de vraag of zij extra ruimte krijgen. Als dit niet het geval is, zouden zij nog in een zeer laat stadium rechten bij moeten kopen, of dieren moeten afstoten. Dit alles maakt dat ik er op dit moment vanuit ga dat in 2018 uit de fosfaatbank toegekende fosfaatproductieruimte, in het kalenderjaar 2019 kan worden benut. Daarbij wil ik de kanttekening plaatsen dat de fosfaatproductieruimte die uit de fosfaatbank kan worden toegekend, afhankelijk is van de ruimte die er is binnen de Europese kaders, zoals in mijn antwoorden bij het Schriftelijk Overleg van 30 mei 2018 vermeld (Kamerstuk 33 037, nr. 288). Daarnaast is de hoeveelheid fosfaatrechten in de fosfaatbank afhankelijk van de afroming van fosfaatrechten die gedurende het jaar verhandeld worden.
Vraag 2
Bent u voornemens melkveebedrijven met een proefstalstatus en latente stalruimte in verband met de invoering van het fosfaatrechtenstelsel tegemoet te komen via toekenning van fosfaatruimte uit de fosfaatbank dan wel via de knelgevallenregeling?
Antwoord
De fosfaatbank staat open voor iedereen die aan de voorwaarden voldoet. Dat betekent dat proefstalstatushouders evenals andere melkveehouders bij openstelling van de fosfaatbank een aanvraag kunnen indienen. Mits zij grondgebonden of jong en grondgebonden zijn. De proefstalstatus op zichzelf is hierbij geen onderscheidende factor.
Vraag 3
Hoeveel fosfaatproductie is naar verwachting gemoeid met de aangekondigde warme sanering van de varkenshouderij, los van de vraag van wat met de ‘vrijkomende’ fosfaatruimte gedaan wordt?
Antwoord
Ik voer op dit moment intensief overleg met betrokken partijen (provincies, gemeenten, coalitie vitalisering varkenshouderij) over de invulling van de in het Regeerakkoord aangekondigde warme sanering van de varkenshouderij. Ik kan op dit moment nog niet vooruitlopen op de uitkomst van die overleggen. Naast genoemde overleggen zijn de Europese staatsteunkaders bepalend voor de reikwijdte en invulling van de maatregelen. Ik voer hierover op dit moment tevens verkennende gesprekken met het Directoraat-Generaal AGRI van de Europese Commissie. Zoals toegezegd zal ik uw Kamer voor het zomerreces informeren over een nadere invulling van de aangekondigde maatregelen.



Vraag 4
Overweegt u nog een aanpassing van de Meststoffenwet met het oog op een beter functioneren van het fosfaatrechtenstelsel, zoals het schrappen van de afroming bij beperkte leasetransacties om het melkveehouders makkelijker te maken aan het eind van het jaar de mestboekhouding rond te krijgen?
Antwoord
De afroming bij de overdracht van fosfaatrechten is bepalend voor de fosfaatproductieruimte die middels de fosfaatbank beschikbaar kan komen. Het schrappen van de afroming bij leasetransacties zou het effect van de fosfaatbank – het stimuleren van een grondgebonden melkveehouderij – verminderen. De Europese Commissie heeft bij haar goedkeuring op de staatssteunnotificatie van het stelsel het belang benadrukt van het stimuleren van grondgebondenheid middels de fosfaatbank. De genoemde aanpassing overweg ik daarom op dit moment niet.
Vraag 5
Hoeveel fosfaatrechten zitten er inmiddels in de fosfaatbank?
Antwoord
Fosfaatrechten zijn vrij verhandelbaar. Bij iedere transactie wordt 10% van de overgedragen rechten afgeroomd. Overdracht van fosfaatrechten aan eerste-, tweede- of derdegraads bloed- of aanverwanten en door erfopvolging is bij wet vrijgesteld van de afroming bij overdracht. De afroming van 10% komt in de fosfaatbank. Tot en met 7 juni 2018 bevat de fosfaatbank bijna 145.000 kilogram fosfaatrechten.
Vraag 6
Hoeveel fosfaatrechten verwacht u aan het einde van dit jaar in de fosfaatbank?
Antwoord
De omvang van het aantal kilogrammen fosfaat dat aan het einde van het jaar in de fosfaatbank is opgenomen, is mede afhankelijk van het aantal overdrachten dat met 10% is afgeroomd. Dit gaat om overdrachten waarbij geen sprake is van een overdracht van fosfaatrechten aan eerste-, tweede- of derdegraads bloed- of aanverwanten of als gevolg van erfopvolging. De ontwikkeling van de handel in fosfaatrechten is afhankelijk van marktomstandigheden, deze laten zich lastig voorspellen. Er is daarom geen uitspraak te doen over het verwachte aantal kilogrammen fosfaat dat aan het eind van het jaar in de fosfaatbank zit.
Vraag 7
Wat kan u ertoe brengen om wel te starten met een duurzame en geborgde pilot Kringloopwijzer?
Antwoord
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar mijn beantwoording bij het Schriftelijk Overleg van 30 mei 2018 (Kamerstuk 33 037, nr. 288). Ik heb hier aangegeven dat hoewel niet bij alle bedrijven die geblokkeerd zijn geweest in verband met de geconstateerde onregelmatigheden met de registraties van runderen in het Identificatie & Registratiesysteem sprake is geweest van opzet zijn er ook bedrijven waarbij dat wel degelijk het geval lijkt. Als het financieel gewin groot is, bestaat er nu eenmaal een prikkel om gegevens onjuist te registreren. Dit risico is ook aanwezig wanneer de Kringloopwijzer bepalend wordt voor de hoeveelheid geproduceerde mest. Daarbij geeft de NVWA aan dat de Kringloopwijzer op dit


moment nog niet te handhaven is. Ik blijf met de sector in overleg over de ontwikkeling van de Kringloopwijzer, maar voorzie niet dat op korte termijn met een pilot Kringloopwijzer in relatie tot fosfaatrechten gestart kan worden.
Vraag 8
Wat is het tijdspad voor de onderhandelingen over het volgende actieprogramma en voor de derogatie voor de periode 2020-2024?
Antwoord
Logischerwijs kan de Europese Commissie slechts een derogatiebeschikking verlenen gekoppeld aan de periode waarvoor het actieprogramma geldt. Het huidige actieprogramma geldt voor de periode 2018-2021 en de Europese Commissie heeft derogatie verleend voor de jaren 2018 en 2019 met de mogelijkheid om een aanvraag voor verlenging in te dienen. Wanneer er overeenstemming is bereikt met de Europese Commissie over de in te dienen handhavingsstrategie (uiterlijk 30 september 2018) zal ik met de Commissie in gesprek gaan over verlenging van de derogatie voor de jaren 2020 en 2021. Het zevende actieprogramma voor de periode 2022-2026 zal qua planning nauwe samenhang kennen met het traject van herbezinning van het mestbeleid dat ik ben gestart. Een nieuwe derogatieaanvraag voor die jaren zal tegen die tijd en in die context moeten worden bezien.

Vraag 9
Hoeveel fosfaatrechten zijn er in de eerste vijf maanden van 2018 afgeroomd ten behoeve van de fosfaatbank? Kunt u een overzicht per maand verstrekken?
Antwoord
In onderstaand overzicht staat per maand het aantal afgeroomde fosfaatrechten (kg fosfaat) dat is toegevoegd aan de fosfaatbank. De cijfers zijn afgerond.
Per maand:
--------------
01-2018 24.500
02-2018 39.500
03-2018 30.000
04-2018 28.500
05-2018 17.500
06-2018* 4.000
*t/m 7 juni 2018
Vraag 10
De toekenning van fosfaatrechten uit de fosfaatbank is nog niet uitgewerkt; wanneer kan de Kamer deze tegemoet zien?
Antwoord
De regeling voor de opzet van de fosfaatbank wordt op dit moment voorbereid. Ik streef naar afronding van de regelingstekst deze maand. Zo spoedig mogelijk daarna zal ik de relevante sectorvertegenwoordigers consulteren, waarna de regeling wordt voorgehangen aan uw Kamer.
Vraag 11
Waarom kiest u er niet voor om de fosfaatrechten uit de fosfaatbank voor 2018 niet uit te geven, maar in te zetten als overbrugging voor de knelgevallen?
Antwoord
De fosfaatbank is een instrument ter bevordering van grondgebondenheid en jonge boeren. Het is geen knelgevallenvoorziening. Hiervoor bestaat een aparte voorziening, bedoeld om de negatieve gevolgen van het fosfaatrechtenstelsel te mitigeren voor categorieën melkveehouders die onevenredig worden geraakt. Alle bedrijven behorend tot zo’n categorie komen onder dezelfde voorwaarden voor compensatie in aanmerking. Dat gegeven van gelijke gevallen gelijk behandelen, verhoudt zich niet goed tot de beperkte hoeveelheid rechten in de fosfaatbank en de kans om door uitloting niet voor rechten uit de fosfaatbank in aanmerking te komen. De hoeveelheid fosfaatrechten die beschikbaar is voor de fosfaatbank is immers beperkt. Indien sprake is van een groep melkveehouders die onevenredig wordt getroffen, kan de beperkte ruimte in de fosfaatbank geen reden zijn om slechts een deel van die categorie melkveehouders te compenseren. Voorts moet, zoals de Commissie Kalden aangeeft in haar advies, de mate van compensatie worden bepaald op basis van een afweging tussen de mate waarin bepaalde categorieën melkveehouders disproportioneel worden getroffen en de mogelijk disproportionele effecten die het treffen van een voorziening kan hebben voor andere melkveehouders, waarvoor dan minder fosfaatproductieruimte beschikbaar is. Ook de mate van compensatie kan dus niet slechts afhankelijk zijn van de beschikbare ruimte in de fosfaatbank.
Vraag 12
Kunt u garanderen dat melkvee die eenmaal code 120 heeft gekregen nooit meer teruggezet kan worden naar een code die betrekking heeft op melk leverend of droogstand?
Antwoord
Zoals ik in het Schriftelijk Overleg van 30 mei 2018 (Kamerstuk 33 037, nr. 288) heb aangegeven, vindt de controle op fosfaatrechten plaats op basis van de werkelijke situatie. Uitgangspunt is de definitie van melkvee in de wet. De diercoderingen worden niet door de overheid geregistreerd. Voor de controle op het fosfaatrechtenstelsel wordt gebruik gemaakt van de I&R gegevens van het bedrijf, en de gegevens betreffende de melkleveranties. RVO.nl en NVWA doen een risicoanalyse op basis waarvan fysieke controles plaatsvinden. Als een weidekoe in een later stadium opnieuw melkkoe wordt, zal de betreffende ondernemer met terugwerkende kracht over fosfaatrechten moeten beschikken.



Vraag 13
Bent u bereid te bekijken hoe tijdelijke, aflopende ontheffingen voor fosfaatrechten, gedurende bijvoorbeeld vijf jaar voor een percentage van de volledige stalbezetting bij de modernste, milieuvriendelijkste stallen (bijvoorbeeld Maatlat Duurzame Veehouderij stallen gebouwd sinds 2013), mogelijk soelaas kunnen bieden aan een aantal knelgevallen?
Antwoord
De juridische basis voor het verstrekken van (tijdelijke) ontheffingen in het fosfaatrechtenstelsel is artikel 38a. In dat artikel is deze mogelijkheid beperkt tot grondgebondenheid en jonge boeren. Dit biedt dus geen juridische basis om ontheffingen te verstrekken aan (categorieën) van knelgevallen.
Vraag 14
In hoeverre is in de prognose van het CBS voor de fosfaatproductie van melkvee in 2018 het effect van de generieke korting verwerkt?
Antwoord
De generieke korting van 8,3% heeft betrekking op de toekenning van de fosfaatrechten. Ondernemers dienen in de loop van 2018 te zorgen dat hun veestapel in overeenstemming is met het aantal (toegekende en gekochte) rechten. De hoeveelheid rechten bepaalt immers de omvang van de veestapel. In de prognose van het CBS worden de I&R gegevens per 1 april 2018 gehanteerd. Te verwachten valt dat een deel van de melkveehouders al is gaan reduceren en een deel uitgaat van de aankoop van fosfaatrechten. Het is daarom niet vast te stellen in hoeverre het effect van de korting van 8,3% al doorwerkt in de prognose. Tegelijkertijd is ook niet te zeggen hoeveel ondernemers momenteel onbenutte rechten bezitten die lopende het jaar nog zullen worden benut voor uitbreiding van het aantal dieren.



Terug naar overzicht



Netwerk GRONDig is regelmatig in gesprek met maatschappelijke organisaties en sectorpartijen. Over het thema Grondgebondenheid en Kringlooplandbouw vinden wij de samenwerking met:
Vogelbescherming
NAJK
Dierenbescherming
De Natuurweide 
Milieudefensie
Federatie Particuier Grondbezit
Natuurmonumenten
Stichting Natuur & Milieu
Natuur en Milieu Federaties